|
Pythagoras februari 199964 = 65: de oplossing | ||||||||||||||||||
door André de Boer
De tapijtverkoper ziet je beteuterde gezicht en probeert je te helpen. Hij heeft wel een oplossing. In het magazijn heeft hij nog een restant liggen van dezelfde kwaliteit dat je mag hebben voor duizend gulden. De afmetingen kloppen echter niet helemaal: 8 meter bij 8 meter. De verkoper is niet voor één gat te vangen. Hij suggereert het vierkante stuk tapijt als volgt in vier stukken te knippen:
Hij vervolgt: ``Met deze vier stukken kun je de vloer van je woonkamer helemaal bedekken. Kijk maar:''
Je wilt het stuk tapijt wel kopen, want het enorme prijsvoordeel maakt je enthousiast. Toch ben
je niet helemaal overtuigd. Want het stuk tapijt van duizend gulden is
64 = 65 : de oplossingJe kunt narekenen dat de richtingscoëfficiënten van de schuine lijnen in de twee figuren niet dezelfde is. In het vierkante tapijt ga je 5 opzij en 2 omhoog, de richtingscoëfficiënt is dus gelijk aan 2/5, terwijl in de tweede figuur je 8 opzij gaat en drie omhoog. De richtingscoëfficiënt is daar dus gelijk aan 3/8. En 2/5 is nu eenmaal niet gelijk aan 3/8 (waarom?).Preciezer, 2/5 is groter dan 3/8, en daarom passen de stukken uit de eerste figuur niet helemaal in de tweede. Als je doet wat de verkoper voorstelt, dan blijft in je kamer van 5 bij 13 meter een lelijke spleet open op de vloer!
| |||||||||||||||||||
| Laatst bijgewerkt op: Tuesday 27 May 2003, 14:10 | |||||||||||||||||||