In de wiskunde probeert men elke uitspraak te bewijzen. Soms lukt dat en soms niet. Een nieuw bewijs wordt altijd door anderen gecontroleerd op juistheid. Waarom? Omdat ook een onjuist bewijs er bedrieglijk echt uit kan zien. Neem bijvoorbeeld het bewijs van de uitspraak 1=2.
Laat a = b, dan volgt:
De conclusie is dat 1=2.
Wie er niet uitkomt kan kijken bij de oplossingen op pagina twee van dit artikel.
In de wiskunde moet je alles kunnen beredeneren.
Maar met redeneren ga je makkelijk de fout in, want door foute redeneringen kun je dingen bewijzen die niet waar zijn, bijvoorbeeld 1=2. In verschillende nummers van Pythagoras hebben zulke drogredeneringen gestaan. Wie kan bewijzen dat ze fout zijn?