1: De prijsvraag 2: Individuele inzendingen 3: Klasseninzendingen
Uitslag van de 3½-omino prijsvraag uit het februarinummer (Pythagoras 39-3).
Door verschillende vierkantjes langs de zijden aan elkaar te plakken kun je een heleboel verschillende vormen krijgen. Deze heten poly-omino's. Met één vierkantje krijg je een monomio, met twee de bekende domino. Met drie vierkantjes krijg je triomino's, waarvan er al twee verschillende zijn. De tetra-omino's (vier vierkantjes, er zijn er vijf) worden gebruikt in het computerspelletje Tetris. Van de pentomino's zijn er al twaalf verschillende.
3½-omino's
De vormen die je kunt maken met drie hele vierkanten en één halve noemen we 3½-omino's. Hierbij eisen we dat aalsuitende zijdes helemaal moeten passen. In het bijzonder moet de driehoek met (een van) de twee rechthoekszijden aan een vierkant passen, niet met de schuine zijde.
Prijsvraag
Opdracht 1. Vind alle 3½-omino's. Spiegelbeelden tellen als ææn en dezelfde vorm. De 3½-omino's mogen geen gaten bevatten en moeten uit één stuk bestaan: vierkanten en driehoek mogen elkaar nergens in maar een punt raken. Dit zijn je puzzelstukjes.
Opdracht 2. Pas alle 3½-omino's aaneen tot een mooie, symmetrische vorm. Een vierkant of rechthoek is het mooist, maar andere vormen mogen ook. De grote vorm mag gaten bevatten.
Deze prijsvraag uit het februarinummer van 2000 had twee inzendcategorieën: individueel en klassikaal. De winnende inzendingen vind je op de volgende pagina's.
1 | 2 | 3 | next
|