1: Wis- en natuurlyriek, met chemisch supplement 2: Jantje's eindeloze ijsje
Jantje's eindeloze ijsje
Juli was 't
en ontzettend warm.
Jantje zocht verkoeling,
trok moeder aan de arm.
"Daar, de ijscoman!
Kom, snel,
een ijsje, ja, dat wil ik,
komt er nog wat van?"
Ondanks zijn doodgewone naam
--- net zoiets als Pieter ---
was onze Jan bijzonder:
" 'k Wil 4p centiliter!"
Moeder, al te vaak gecon-
fronteerd met dit toneel
ging naar de oude ijsman:
"Wat moet ik doen? 't Wordt me allemaal teveel!"
Leibniz, niet bepaald de domste,
sloeg fluks aan 't scheppen, en jawel:
"Hier, een ijsco, voor uw jongste,
das ist zwei vijftig, dank u wel."
Jantje nam hem gretig aan:
"Potdorie, wat een lange, da's niet niks,
hij heeft wel wat weg van 2/x,
'k begin meteen maar!"
Maar het mocht niet baten,
Janneman is met het likken nóg niet klaar.
De Duitser Leibniz (1646--1716) is één van de grondleggers van de integraalrekening. Van hem is ook het integraalteken afkomstig. Met de integraalrekening kun je uitrekenen dat de inhoud van Jantje's oneindig lange ijshoorn, gevormd door omwenteling van de functie 2/x om de x-as met x tussen de 1 en oneindig cm, 4p cm3, dus eindig is. De oppervlakte is echter oneindig.
prev | 1 | 2
|