Het domino-effect is niet de enige wiskundige bewijstechniek. Zo gaat het verhaal dat de jonge Gauss op school als strafwerk een keer de eerste 100 getallen bij elkaar op moest tellen. Binnen enkele seconden had hij al de uitkomst bepaald. Hoe deed hij dat?
Hij telde het eerste getal uit 1+2+3+...+100 bij het laatste getal op, het tweede getal bij het één
na laatste getal en zo verder:
Er staat nu 50 keer de uitkomst 101, dus het antwoord luidt:
Deze methode bewijst voor n=100 zónder volledige inductie de formule 1+2+3+...+n = ˝n(n+1),
immers: 50 = ˝ × n en 101 = n+1.
Alle Nederlanders zijn even oud Elders in het augustusnummer van 1999 hebben we het domino-principe uit de doeken gedaan, een wiskundige bewijstechniek. Maar je moet het principe wel correct toepassen, want anders kun je hiermee aantonen dat in Nederland iedereen even oud is.