 |
| | Gevonden artikelen in archief: | Magische getallen in piramide Een tiental jaren geleden werden we verrast door allerlei bespiegelingen rond de vorm van de grote piramide van Cheops. Deze praatjes vonden hun oorsprong in het feit dat de mummies in de piramide er zo puntgaaf bijlagen. Men ging er van uit de de afmetingen en de verhoudingen een rol zouden spelen bij de magische werkingen. Uit de metingen aan de piramide zelf volgde dat de hoek van het grondvlak met de zijvlakken precies 52 graden was. Waarom? Zie archief: jaargang 32, nummer 3, januari 1993
De fabel van Moritz Cantor Voor het uitzetten van het grondplan van grote gebouwen is het noodzakelijk een methode te hebben om hoeken van 90 graden zo nauwkeurig mogelijk in het veld te realiseren. Hoe hebben de Egyptenaren dit gedaan bij de bouw van de pyramides? Gebruikten ze de stelling van Pythagoras of een andere methode? Zie archief: jaargang 38, nummer 3, februari 1999
Stambreuken In het oude Egypte kende men geen breuken zoals bij ons. De Egyptenaren gebruikten stambreuken; dat zijn breuken met 1 als teller, zoals 1/2, 1/5 en 1/536. Er waren enkele uitzonderingen: men werkte wel met 2/3 en 3/4, waarvoor men ook speciale symbolen had. De breuk 2/3 werd aangeduid als 'de twee delen'. De aanvulling tot 1 is dan 'het derde deel'. En misschien komt daar onze benaming 'een derde' voor 1/3 wel vandaan.
Bij deze zienswijze is het enigszins begrijpelijk dat men niet kon spreken van 'drie vijfde', want er is dan maar één vijfde deel. Zie archief: jaargang 44, nummer 3, januari 2005
| (totaal gevonden: 3) |
|