Differentiaal en integraal Als je in het woordenboek de herkomst van woorden 'differentiaal' en 'integraal' opzoekt, vind je naast de wiskundige betekenissen ook nog andere. Dit artikel gaat over de herkomst van deze woorden. Zie archief: jaargang 38, nummer 6, augustus 1999
Het integraalteken Goede notaties helpen wiskunde eenvoudiger te maken. Veel van deze notaties worden nu door iedereen gebruikt, maar vroeger waren ze helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het integraalteken werd op 29 oktober 1675 door Leibniz ingevoerd, bij het bepalen van oppervlakten onder een grafiek. Cavalieri was in 1635 de eerste die echt integreerde. Zie archief: jaargang 37, nummer 6, augustus 1998
De schijfintegrator De schijfintegrator is een apparaat waarmee je de oppervlakte onder een grafiek mechanisch kunt bepalen. Hoe werkt dit instrument? Zie archief: jaargang 15, nummer 3, januari 1976
Christiaan Huygens Een portret van de 17e-eeuwse Nederlandse wiskundige Christiaan Huygens (1629-1695). Huygens hield zich bezig met bijna elk onderdeel van de toenmalige natuurwetenschappen. Zijn belangrijkste bijdragen aan de wiskunde zijn op het gebied van de integraalrekening en de kansrekening. Zie archief: jaargang 36, nummer 4, april 1997
Sinus en cosinus Stel dat je een rekenmachientje aan het maken bent dat ook een sinus- en een cosinustoets moet hebben. Wat moet er gebeuren als je die toetsen indrukt? De meetkundige definities van sin x en cos x helpen in dit geval niet erg. Het lijkt mij in elk geval heel lastig te programmeren: pas de lengte x op de eenheidscirkel af vanaf (1, 0), projecteer het eindpunt op de x-as om cos x te krijgen en op de y-as om sin x te krijgen. In dit artikel bekijken we hoe een rekenmachine de sinus en cosinus van een ingevoerd getal nauwkeurig kan benaderen. Zie archief: jaargang 44, nummer 1, september 2004
|